zondag 23 maart 2008

Hoofdzonde

Na onkuisheid, toorn, gierigheid, traagheid, jaloezie, ijdelheid en hebzucht is er zoals bekend nog een achtste hoofdzonde: de telefoonstem. Tom Waits zal er wel mee begonnen zijn, maar aan zijn stem valt weinig te vervormen, dus vooruit. Maar waarom iemand die gezegend is met een prima zangstem, daar zijn brood mee verdient, er beroemd mee geworden is, er onze waardering en centen mee in de wacht sleept, waarom zo iemand die gave moedwillig versmaadt door hem te verkrachten tot een soort afzichtelijk telefoongekras, of erger nog, megafoongekrijs, dat is mij een compleet raadsel. Nooit voegt het iets toe, het doet alleen maar afbreuk. Nooit is er een esthetische rechtvaardiging, het maakt de muziek alleen maar lelijker. Een van de hoofdzondaars is natuurlijk Jon Spencer, die niet eens meer gewoon lijkt te kunnen zingen. Maar ook een onverdachte troubadour als Josh Ritter bezondigt zich eraan. En zelfs James Taylor, op zijn live-cd One Man Band (die naast hemzelf bestaat uit Larry Goldings en in dit geval een immense drummachine, ook alweer zoiets). Een andere notoire recidivist is natuurlijk Chuck Prophet, terwijl Luke Doucet ronduit overdrijft door tijdens optredens schaamteloos een ouderwetse telefoonhaak aan de microfoon te hangen. Er zijn er nog veel meer, die me gelukkig niet te binnen willen schieten. OK, eentje nog dan. Jeff Dernlan, die kort geleden helemaal niet zo’n gekke plaat heeft uitgebracht, maar halverwege helemaal ontspoort.

1 opmerking:

Chenque zei

Soms voegt een telefoonstem wél wat toe aan een song, in het geval van Bad Brains zanger H.R. bijvoorbeeld. Opgepakt voor marihuana bezit middenin de opnames van het album I Against I, moest de zang voor het nummer Sacred Love nog worden ingezongen. Dan maar vanuit de cel, door de telefoon. Functioneel en het klinkt authentiek.