Posts tonen met het label neil young. Alle posts tonen
Posts tonen met het label neil young. Alle posts tonen

vrijdag 11 juli 2008

In den beginne (1)

Grappig om eens te onderzoeken hoe het gekomen is dat ik als Americanaliefhebber uiteindelijk op dit weblog gekomen bent. Ik neem maar even plaats op de divan.
Het begon met mijn baardige leraar Engels op het Koningin Wilhelmina Lyceum in het Zeeuwsvlaamse Oostburg, die dacht dat hij ons Engels kon leren door het op zijn gitaar naspelen van liedjes, vooral Don't Let It bring You Down, van Neil Young. Ik vond het mooier dan ik toen durfde toe te geven. Uiteindelijk was ik een van de twee jongens die daardoor LP’s van Neil Young ging kopen, bij Paul’s Music Centre in Sluis (eigenaar Paul Metz verdiende natuurlijk veel meer met zijn andere nering; florerende sexzaken die door hordes Belgen werden bezocht).
Op radio Luxemburg, dat door het atmosferische gekraak nauwelijks te ontvangen was (maar alles was beter dan de Superclean Dream Machine van Ad Visser), werd veel klassieke rock gedraaid. Een van de toppers was het ellenlange Free Bird van Lynyrd Skynyrd. (waarschijnlijk zo vaak gedraaid omdat de dienstdoende DJ dan eens naar de toilet kon). Ik vond het mooi. Zo mooi dat ik die dubbelaar One More From The Road aanschafte. Uiteindelijk begon dat Free Bird snel te vervelen, maar de rest van de plaat bleef leuk.
Het feit dat ik (toen nog) enig kind was en ver van mijn vrienden af woonde, speelde vast ook een rol. Ik moest me in m’n eentje vermaken. Veel platen draaien dus en veel lezen. De eerste editie van Oor’s Popencyclopedie was een openbaring Eindelijk netjes gerangschikte informatie over de “betere” muziek. Goh, die Neil Young had dus vroeger nog in bands gezeten. Die zouden ook wel de moeite waard zijn. Al mijn zakgeld ging naar Paul’s Music Centre. Die verwachtingsvolle 9 km op de fiets terug naar huis waren heerlijk. Zo'n net gekochte schijf kon dan eigenlijk al niet meer tegenvallen. Behalve dan Black Market van Weather Report, waarover nog zo enthousiast geschreven was in de Popencyclopedie. Dat was gelijk het einde van mijn jazzrockexpeditie.

Neil Young: Dont Let It Bring You Down.

vrijdag 23 november 2007

Winnipeg

Deze week was ik in Winnipeg. Niet daadwerkelijk, jammer genoeg (hoewel? het kwik heeft er in november nog geen pluswaarden gekend.) Nee, in gedachten was ik vaak in Winnipeg. Neil Young werd er groot en begon er zijn muzikale loopbaan. Zijn laatste werkstuk Chrome Dreams II lag deze week vaak in de cd-speler en ik ben er nog steeds niet uit of het nu een top of een flop is. Het hoeft natuurlijk niet zo zwart/wit te liggen. In een uitgebreid interview in het decembernummer van het Engelse blad Uncut geeft hij interessante nadere informatie over de totstandkoming van de plaat. Na lezing daarvan neig ik meer naar top. Nog leuker is de bij het blad gevoegde cd met Young-covers. Het aantal cover- of tributeplaten dat aan hem gewijd is begint zo langzamerhand het aantal reguliere Youngplaten te benaderen. De kwaliteit daarvan is zelden hoog. Deze Uncut-uitgave is daarop een uitzondering. Niet alle opnames zijn even boeiend, maar een aantal ervan – ik noem met name Cortez The Killer door Carrie Rodriguez en Tim Easton- zijn zeer de moeite waard.

Geheel toevallig stuitte ik deze week ook op Nathan, een rootsgroep (twee vrouwen, twee mannen) uit, natuurlijk, Winnipeg. Begin van dit jaar brachten zij het prachtige Key Principles (Nettwerk) uit, een plaat die hier vrijwel geheel over het hoofd is gezien. Ik heb geen idee waarom. De twee frontdames Keri Latimer en Shelley Marshall zingen in hun breekbaar-krachtige liedjes over dagelijkse beslommeringen de sterren van de hemel.
Nou ja, kijk zelf maar: Trans Am. Ooit ga ik weer naar Winnipeg, maar dan wel in de zomer.