Posts tonen met het label johnny cash. Alle posts tonen
Posts tonen met het label johnny cash. Alle posts tonen

zaterdag 28 juni 2008

Folsom Prison Blues

Ik beloof het plechtig: dit is het laatste stukje dat ik voorlopig ga schrijven over Johnny Cash. Deze post gaat over wat misschien wel een van de mooiste liedjes allertijden is: Folsom Prison Blues.

Jaren geleden was ik een fervent downloader met Audiogalaxy als favoriete P2P site. Je kan het zo obscuur niet verzinnen of het was op Audiogalaxy te vinden (mooi voorbeeld: de hele lp Let the Tribe increase van The Mob. Inmiddels toch maar gewoon legaal aangeschaft via Amazon!). Nu schijn ik volgens mijn (directe) omgeving sowieso een nogal obscure smaak te hebben, zij denken dat acts als Dan Baird, Jason & The Scorchers, You am I en Bob Mould (e.v.a.) maar één fan hebben in Nederland.

Met behulp van Audiogalaxy heb ik ooit een cd samengesteld met covers van Folsom Prison Blues: bij het zoeken op die song bleek een wereld open te gaan. Ik vond getrouwe covers onder meer van Gin Blossoms (live), Merle Haggard, Dwight Yoakam en Waylon Jennings.

Er waren heel bijzondere covers zoals Ramblin' Jack Elliot (die er een echte blues van maakt), Screaming Jets (een band van down under die twee bijzonder leuke hardrock cd's heeft gemaakt en die hier het liedje verbouwen tot powerpop), Christ on a Crutch (fantastische naam, ooit iemand van gehoord ? met een lekkere snelle, punky versie) en één van mijn favorieten: Chronic Disorder die het tot een (speed)metalversie verwerken.

En wat te denken van Jerry Lee Lewis die er een soort funky rock nummer van maakt, Gram Parsons (god, wat heeft die vent toch een mooie stem) en natuurlijk Mike Ness van Social Distortion die ook Ring of Fire al eens onder handen heeft genomen. De enige versie die eigenlijk ontbreekt is de fantastische versie van de Del Lords, maar die had ik toen al op een reguliere cd.
Waar al deze versies vandaan komen weet ik niet: obscure b-kantjes, live (bootlegs) en gewoon reguliere albumtracks staan broederlijk naast elkaar.

Conclusie: wat je ook met het nummer uitvoert, het blijft een ijzersterk en herkenbaar nummer. Voor degenen die nieuwsgierig geworden zijn: een kopie van de cd (incl. Del Lords) is bij mij op aanvraag te verkrijgen.

zaterdag 21 juni 2008

Cash, Cash, Cash

Terwijl René Leverink de box Love, God, Murder van Johnny Cash aanschafte viel bij mij ook een box-set Cash in de bus: The complete Sun Masters. Blijkbaar zijn wij alt-country bloggers bezig onze roots vast te leggen. Nu mijn American-reeks compleet is en ik met de twee beroemde gevangenis cd's (Folsom en San Quentin) ook de middenperiode van de carriere van Cash cover, werd het tijd de oorsprong van de Man in Black er naast te zetten.

Een mooi uitgevoerde box set, de cd's zitten in aparte hoesjes, met informatieve liner notes. Iedere cd bevat naast de 'officiele' versies ook demo's, alternate takes en zelfs een aantal 'incomplete' versies. Eigenlijk is 'Folsom Prison Blues' alleen al het aanschaffen van deze box waard (persoonlijk staat dit nummer in mijn top tien van allerbeste songs ooit, misschien later daarover nog eens meer). De eerste twee cd's zijn veruit het leukst. Cash koppelt zijn karakteristieke huppelsound (zoals ik het maar even oneerbiedig noem) er op momenten aan rockabily. De cd's klinken fris, upbeat en zelfs luchtig (hoewel de teksten soms behoorlijk neerslachtig kunnen zijn). De liedjes zijn soms ook nog wat naief en missen de meer donkere kant van de latere Cash. CD 3 zal niet vaak in mijn speler zitten: wat mij betreft typisch overproduceerde kitsch, zoals meer rockers van het eerste uur begin jaren 60 opeens gingen maken. Cash zingt een groot aantal nummers van Hank Williams, maar iedere magie ontbreekt.

Maar een mindere cd mag de pret niet drukken. Wie het begin van de Man in Black gedocumenteerd wil hebben, kan uitstekend uit de voeten met deze boxset.

zaterdag 14 juni 2008

Langs de lijn

Ik weet niet hoe het anderen deze dagen vergaat, maar ik kom tussen al dat voetbalgeweld bijna niet meer toe aan het luisteren naar muziek. De vergeten uurtjes van de dag, die zich daar zo goed voor lenen, gaan nu (soms tot mijn eigen ergernis achteraf) op aan het kijken naar de zoveelste nabeschouwing of voorbeschouwing.

Tijdens deze 'harde' tijden gaat het kopen van cd's echter wel gewoon door. De meeste cd's liggen onbeluisterd (of in 5 minuten alle intro's) naast de cd speler, lijdzaam wachtend op het einde van het EK (of het einde van Nederland, wat in ieder geval wat lucht zou brengen). Eén uitzondering echter: The Man comes around, American IV van Johnny Cash. Het titelnummer waar de cd mee start blijf ik maar draaien: wat een geniaal nummer. De puristen zullen wel zeggen: ontdek je dat nu pas! En beschamend moet ik dat beamen.

Met zijn donkerbruine stem bezingt Cash de wederkomst van Christus. Meer dreigend dan juichend. De stukjes uit Openbaringen die Cash aan het begin en eind van het nummer leest dragen bij aan de bijna apocalyptische sfeer van het nummer. Zelfs een overtuigd niet-christen als ondergetekende kan daaronder niet onberoerd blijven. Misschien is dit nummer wel een mooi tegengif bij al dat voetbal.

vrijdag 7 december 2007

Pijn!

Het mooie van een weblog is dat je ook vrij gemakkelijk filmpjes kan delen.
En waarom dan niet gelijk de beste en meest aangrijpende clip aller tijden? Hurt door Johnny Cash. In deze video komt eigenlijk alles samen. Prachtige beelden die het liedje nog veel en veel krachtiger maken.
Je ziet Cash als oude man dit nummer zingen. Ondertussen, alsof hij terugblikt op zijn leven, komen oude beelden voorbij waarin hij nog in de kracht van zijn leven is. Vooral op 1.07 minuut zie je hem op zijn virielst. Hij loopt met een soort herderstok door het landschap en snuift nog eens: “wie kan mij wat maken?”. De beelden van het gesloten Museum of Cash in Nashville -my empire of dirt- zijn ook symbolisch. Het meest aangrijpend vind ik het moment waarop June Carter Cash achter Johnny staat en hem met vochtige ogen gadeslaat. Dan breek ik. Vreemd om te weten dat zij als eerste van de twee zou overlijden (15 mei 2003). Vier maanden later, op 12 september, sterft dan ook Cash.



Iedereen weet wel dat Hurt niet van Cash zelf was, maar van Trent Reznor van de groep Nine Inch Nails. Laatsgenoemde was bevriend met Rick Rubin, die als producer van de formidabele American Recordings van Cash, het nummer voordroeg voor American IV: The Man Comes Around.
Reznor is na het zien van de video zeer onder de indruk en geeft aan er kapot van te zijn. Hij schijnt bij optredens nog steeds dit nummer aan te kondigen als "a song that isn't mine anymore." Dat vind ik dan wel weer mooi.
Wie kent Hurt in de oorspronkelijke versie? Zie hieronder. Andere koek!



Ook videotips? Graag in de comments.