zondag 30 december 2007

The hits just keep on coming

Als schooljongen wilde Michael Nesmith een keer een geintje uithalen met vuurwerk. Het ging mis. Gevolg: een flinke verwonding aan zijn hand. De dokter adviseerde hem gitaar te gaan spelen, om de motoriek te herstellen. Het begin van een wonderlijke muzikale carrière. In 1965 (Nesmith was 23) zag hij een advertentie waarin ‘four insane boys’ gevraagd werden voor een tv-serie rond een beatbandje, de Monkees. Nesmith arriveerde in de studio met een wollen muts op zijn hoofd en onder zijn arm een zak wasgoed, die hij op de terugweg nog even naar de wasserette moest brengen. Verder leek het wel of hij de studio beoordeelde, in plaats van andersom. De studiobazen beviel deze arrogante houding wel, en Nesmith werd aangenomen. De tv-serie werd een groot succes. Michael Nesmith was de enige echte muzikant van het stel. Na vijf jaar was hij het commerciële circus zat. Hij kocht voor $ 450.000 de rest van het contract af, en begon voor zichzelf. Deze financiële aderlating zou hem jarenlang pijn blijven doen, maar Nesmith greep zijn artistieke kans en maakte meteen in 1970 maar liefst drie LP’s, die alle drie klassiek geworden zijn: Magnetic South, Loose Salute en Nevada Fighter. Ik kocht ze in één keer voor twee gulden per stuk in 1976 in een platenzaakje in Hilversum. Redelijke hits in die tijd waren Joanne en Silver Moon. Mijn persoonlijke favoriet is Calico Girlfriend. De volgende LP, Tantamount to Treason, Volume 1, was een commercieel debacle. Nesmith sloeg vol ironie terug met zijn beste album ooit: The Hits Just Keep On Coming. In 1977 had hij nog het hitje Rio. Daarna verloren we Michael Nesmith een beetje uit het oog, hoewel hij af en toe platen bleef maken en in 2005 nog Rays op de markt bracht, een album dat de Nederlandse markt nooit heeft weten te bereiken. Denk echter niet dat Michael Nesmith bij de pakken neer is gaan zitten. Hij mag als de uitvinder van de videoclip beschouwd worden. Rio was namelijk de eerste single ooit waar speciaal een filmpje voor gemaakt was. Het idee sloeg aan, en Nesmith richtte Pacific Arts Video op, dat zich met veel succes toelegde op het maken en verspreiden van muziekvideo’s, tot de firma in een juridisch gevecht over licenties en copyrights verwikkeld raakte. Op 3 februari 1999 stelde een rechtbank Nesmith in het gelijk en kon hij $ 46,8 miljoen dollar aan achterstallige rechten incasseren. Sindsdien hoeven we ons geen zorgen meer te maken over de ex-Monkee. En dat verhaal met dat vuurwerk, dat bleek een verzinsel te zijn, bedoeld om het publiek ervan overtuigen dat ten minste één Monkee daadwerkelijk gitaar kon spelen.

zaterdag 29 december 2007

Another year over

2007. Het zit er zowat op. Na de kerst mag je dan gaan terugkijken op zo'n jaar. Ik vind dat moeilijk. Zoals zo vaak zou ik zeggen dat het jaar dat voorbij is gegaan, qua muziek geen onaardig, maar ook geen bijzonder jaar was. Maar ja, wat is dan wel een bijzonder jaar geweest?
Ik heb in ieder geval genoten van optredens van o.a. Lucinda Williams, Malcolm Holcombe, Wilco en Bruno Deneckere. Ik heb bovendien prachtige platen beluisterd, zie mijn lijstje op altcountry.nl.
Daar staan, wat cd's betreft, ook wel weer een paar flinke teleurstellingen tegenover, maar het is een beetje zurig om die hier te gaan opvoeren.
Grootste verrassing was het broeierige You Did This To Yourself van de groep Cortez Del Mar, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze plaat al uit 2005 stamt. Verder was het gezamelijke optreden van NQ Arbuckle, Justin Rutledge en Luke Doucet op het Take Root-festival een verademing. Drie songschrijvers die, als ze geen eigen liedje vertolkten, vol overtuiging meededen op de nummers van de anderen. Heerlijk. Zie hieronder Luke Doucet: Broken One.

of luister naar NQ Arbuckle's You Look Like A Wreck







We gaan 2008 weer vol goede moed in. Ik kan nu al verklappen dat er in januari in ieder geval weer een retegoeie plaat uitkomt van een groep uit Georgia.

donderdag 27 december 2007

Volwassen

Op de radio en televisie draait het allemaal weer om de Top 2000. Ik heb er niet zoveel mee. Al sinds 1977 houden de hitlijsten me niet meer bezig. In dat jaar werd ik namelijk volwassen. Als muziekliefhebber althans, ik was 15 in 1977.
Enkele jaren had ik wekelijks de drogist bezocht, waar ik de nieuwe Popfoto en Muziek Expres doornam. In 1976 werd de Hitkrant geïntroduceerd en daarmee zette ik een eerste stap naar volwassenheid. De Hitkrant was namelijk veel serieuzer. Dat bleek al uit het feit dat ik die kocht bij de platenafdeling van de plaatselijke elektrozaak.
In november 1977 stond ik tijdens een vrij tussenuur bij de V&D in Drachten en nam Muziekkrant Oor mee. Vanaf dat moment draaide mijn leven niet langer om hits, maar om de Elpee Oase met de dertig beste elpees van dat moment. 77 van Talking Heads stond in nummer 22 van de zevende jaargang op 1, maar als ik mijn voorkeur nu mag uitspreken, dan gaat die toch uit naar de nummer 2: Twilley Don't Mind van The Dwight Twilley Band.
Het waren verwarrende tijden. Never Mind The Bollocks van The Sex Pistols was net uit. Op pagina 26 van Oor 22 stond een test om duidelijkheid te verschaffen. OVERTUIG JEZELF IN 5 MINUTEN!!! HIPPIE, DISCO of PUNK? EENVOUDIGE TEST OM VOORGOED AF TE REKENEN MET AL DIE IDENTITEITSCRISES.
Tja, dat had ik nu weer. Was ik net een volwassen muziekliefhebber, kreeg ik direct een test om de oren om af te rekenen met een identiteitscrisis. Terwijl ik niet eens wist dat ik die had. Gelukkig werd me twee pagina's verder in mijn al dan niet bestaande identiteitscrisis een oplossing aangereikt in de vorm van een advertentie van EMI-BOVEMA. Zij presenteerden daar DE RODE DRAAD DOOR DE POPMUZIEK! En schreven: WE BEGRIJPEN BEST, DAT ZELFS DE BETERE PADVINDERS DE LAATSTE TIJD DOOR DE BOMEN HET BOS NIET MEER ZIEN. HET PERSPEKTIEF IS ZOEK. EEN LEIDRAAD NAAR DE ZESTIGER JAREN LIJKT DAAROM WEL OP Z'N PLAATS. ELPEES WAAR JE OP TERUG KUNT VALLEN; BAKENS IN DE MIST...
Op die advertentiepagina stond onder andere de hoes van de debuutplaat van Redwing. Met de tekst: Altijd op juiste waarde geschat door popliefhebbers in de lage landen. Profeten van country-rock, in eigen land nooit geëerd.
Die plaat uit 1971 die eind 1977 opnieuw was uitgebracht, kocht ik bij Hemmes in Groningen. Gek, het leek toen al een heel oude plaat, terwijl die elpee in werkelijkheid nog maar zeven jaar oud was. Maar ja, zeven jaar, dat is toch al een hele tijd als je 15 bent.
Redwing maakt nog altijd rondjes op de draaitafel. Geweldige plaat. Please Doctor Please; Bonnie Bones; Shorty Go Home; Hogtied, energieker kon countryrock niet zijn. En het hielp me voor altijd af van een identiteitscrisis. Ik was geen hippie, disco of punk, ik was een countryrocker. Dat is in die dertig jaar sindsdien nooit veranderd.

woensdag 26 december 2007

Kerstmuziek.



’s Middags als de meeste collegae op pad zijn, dan wordt op kantoor de radio aangezet; zachtjes. Welke zender het is, ik zou het werkelijk niet weten. In ieder geval eentje waar je elk heel uur alle ellende van de aardkloot tot je kunt nemen; americana kom je er ook niet tegen. De afgelopen week was het op die onbestemde zender natuurlijk vergeven van de Kerstliedjes. De klassiekers vooral. John Lennon; Wham; Jona Lewie (vooral hij) en ook The Eagles (Please Come Home For Christmas). Leuk hoor. Kerstmis is voor mij echter als alle andere dagen; heb er in feite niet veel mee. Maar ja, toch ontkom ook ik niet aan de bij dit feest behorende festiviteiten. Heb weinig te kiezen. En, als ik eerlijk ben (en dat ben ik in de regel…), dan heeft het toch wel weer z’n charme: Kerst vieren. In gepaste mate & vreugde, welteverstaan. Niet zozeer het eten, maar wel de drank brengt mij op kerstavond al in ‘a good mood’. Een stemming van enige mistroostigheid & melancholie. Het echte leuke van dit feest is voor mij de muziekkeuze. Nee, dus niet die liedjes waar allerhande zenders je dus de dagen voorafgaand dood mee gooien; nee, ik kies de dagen voor Kerst met zorg (althans dat vind ik) de muziek voor kerstavond en beide kerstdagen uit. Dit jaar was ik zeer in mijn nopjes, en wel omdat ik de vrijdag voordien bij toeval tegen een prachtplaatje aanliep: To All Dead Sailors van Christian Kiefer & Jefferson Pitcher. Heerlijke muziek voor deze trieste feestdagen. Deze schijf heeft dan ook gedurende de kerstperiode fel gestreden om een plekkie in de geluidsdrager; samen met Civilians van Joe Henry; The Sheperd’s Dog van Iron And Wine; Tonight And Everynight van Greyhound Soul en Little Grey Sheep van Danny Schmidt. Ook wat ouwetjes streden mee om de eer: Jackson Browne’s Late For The Sky (is een zekerheidje, elk jaar…. For A Dancer: prachtig!) en ook Dave Moore’s Breaking Down To 3, bijvoorbeeld. Fraaie, veelal trage & sombere muziek. Het stemt mij echter steevast vrolijk, deze muziek…. De Rutte 12 doet de rest….
Vrolijk kerstfeest!

maandag 24 december 2007

Kerstkaart

Mooiste kerstnummer allertijden is ‘Christmas Card from a Hooker in Minneapolis’ van Tom Waits, afkomstig van zijn album 'Blue Valentine' uit 1978. De chroniqueur van de zelfkant had de muziekwereld al verblijd met een vijftal prachtalbums toen hij met dit meesterwerkje op de proppen kwam. Het repertoire van Waits bestond in die periode voornamelijk uit rokerige, jazzy bluesnummers met piano en sax; het zou nog een jaar of vijf duren aleer hij zich van zijn experimentele kant liet zien op (het geniale) ‘Swordfishtrombone’.

Aan ‘Blue Valentine’ koester ik om meerdere redenen fijne herinneringen. Om te beginnen was het mijn kennismaking met de man die ik tot de dag van vandaag beschouw als meest begaafde liedjesschrijver en performer ooit. En niet alleen de grommende stem in combinatie met de muziek sprak op mijn vijftiende tot de verbeelding, ook de afbeelding op de achterkant van de hoes prikkelde de fantasie. In groen-tinten zien we een jeugdige Waits, in gedachten verzonken, bij een smoezelig tankstation gebogen staan over een blondine in het rood die bevallig tegen een Ford Thunderbird leunt. Je ziet de bijbehorende film zo voor je. 'Blue Valentine' is nog steeds een van mijn favoriete Waits-albums, mede vanwege het wonderschone titelnummer. Andere prachtnummers op dit album zijn ‘$29.00’ en ‘A Sweet Little Bullet From a Pretty Blue Gun’. En dus ook ‘Christmas Card From a Hooker in Minneapolis’: een bitterzoete bluesy ballad waarin een hoertje aan ene Charley met trots verhaalt over haar leven op dat moment. Ze is van de dope af, getrouwd met een trombonespeler en zwanger bovendien. Met regelmaat denkt ze nog terug aan Charley, in haar platenkast staat nog steeds zijn lp van Little Anthony and the Imperials. Jammer alleen dat iemand haar platenspeler heeft gejat. Hoe dan ook: ze is gelukkig. Aan het eind van het verhaal komt de aap uit de mouw: ze heeft helemaal geen man en hij speelt geen trombone bovendien. Wel heeft ze dringend geld nodig voor haar advocaat, alleen dan maakt ze kans op voorwaardelijke vrijlating uit de cel. Op Valentijnsdag …

Verlos jezelf voor even van alle Kerst-kitsch van Mariah Carey, Wham en consorten en bekijk/beluister een live uitvoering van ‘Christmas Card From a Hooker in Minneapolis’, compleet met toepasselijk intro.

zondag 23 december 2007

The Worst of Jimmy LaFave



Het is begin jaren negentig. Na een van zijn talloze definitieve laatste uitzendingen is Jan Donkers een paar maanden later weer vrolijk teruggekeerd op de VPRO-radio, en wel op een zeer ongebruikelijk tijdstip: zondagochtend. Een van zijn meest tot de verbeelding sprekende ontdekkingen uit die tijd is Jimmy LaFave. Deze kwam in 1992 voor de dag met Austin Skyline. Zestien nummers, live opgenomen op verschillende locaties in Austin Texas. Was Donkers begonnen met het eerste nummer, Thru The Neon Night, dan zou ik gauw klaar zijn geweest met Jimmy LaFave. Maar Jan, ook niet gek natuurlijk, draaide track 2: Girl From The North Country, een van de vier Dylan-covers op Austin Skyline. En hier gingen je oren toch wel even van klapperen... een ijle, breekbare, licht aangeschuurde stem, die ook nog eens te pas en te onpas de hoogte inschoot, maar met een kracht, pathos en passie waar Dylan zelf alleen maar tandenknarsend naar kan luisteren. En meteen draaide Donkers ook nummer drie, Desperate Men Do Desparate Things. Midtempo, het domein waar LaFave heer en meester is. Maar laten we ook zijn onnavolgbare ballads niet vergeten, zoals het vierde liedje op Austin Skyline: When It Starts To Rain. Na deze late kennismaking (LaFave was al achter in de dertig) werden we in een paar jaar tijd verwend met drie opvolgers: Highway Trance, Buffalo Return To The Plain en Road Novel. Allemaal dik in orde, zij het niet met de verpletterende indruk die Austin Skyline maakte. Na een mooie dubbelaar met bootlegs, outtakes en nooit eerder uitgebrachte live- en radio-opnames (Trail) bleef het een paar jaar stil. Maar goed ook, want waar LaFave daarna mee op de proppen kwam, was een tweetal magere, bleke teleurstellingen: Texoma en Blue Nightfall. Het was gebeurd met onze held uit Austin, zo leek het. Totdat hij dit jaar genadeloos terugsloeg met het geweldige Cimmaron Manifesto, dat zich moeiteloos een weg naar mijn jaarlijst wist te banen.
Maar nu de kwestie waarom ik dit allemaal te berde breng. Het raadsel van de Waardeloze Flutnummers, die elk album van Jimmy LaFave ontsieren. Slappe, platte, ongeïnspireerde, obligate rhythm&blues en rock&roll niemendalletjes, zonder enige diepgang of originaliteit. Altijd weer over die highway, die dirt roads at night, on the road to rock and roll, through the neon night.
Waarom, in godsnaam, als je als geen ander Dylan kunt coveren. Als je Only One Angel kunt schrijven. Als je Because The Wind, ook uit 1992, kunt weglaten op je debuut-cd. Is er dan niemand in zijn omgeving die Jimmy tot rede weet te brengen?

Met dank aan Menno.

www.jimmylafave.com

vrijdag 21 december 2007

Woman Blue

Vandaag gebeurde er niets waarover ik een leuk stukje op dit blog kon zetten. Het overlijden van Dan Fogelberg is al oud nieuws. Bovendien word ik al een paar jaar niet warm van zijn adult oriented folkrock. Zijn veel te vroege heengaan bracht me echter wel op het volgende. Sinds enige dagen schalt er door huize Vogel de magnifieke stem van Judy Roderick. Die is ook dood. En al heel lang. Zij overleed, op 49-jarige leeftijd, al in 1992. Overigens was zij toen ook al oud nieuws. Haar moment of glory lag in 1965, toen zij een weergaloze LP uitbracht.
Woman Blue. 17 heerlijke akoestische liedjes, waarop naast Roderick ook de gitaristen Doug Weismann en Artie Traum schitteren. Roderick was een van de eerste blanke zangeressen die folk, blues en jazz zong. Die stem, daar zit zoveel verlangen, eenzaamheid, maar ook kracht en vuur in. Waarom lukte het Joan Baez en Judy Collins wel om door te breken en deze Judy Roderick niet? Dat zijn zo van die vragen die me wel door de kerstvakantie brengen. En de muziek van Woman Blue natuurlijk ook.
mp3: Rock Me, Baby

Woman Blue werd in 1995 voor het eerst op cd uitgebracht. In 2005 volgde een heruitgave.