vrijdag 8 februari 2008

Echt scheiden?

Dit weekend vindt in Utrecht de scheidingsbeurs plaats. Raar idee. Lekker met je aanstaande ex naar zo’n beurs. De cijfers liegen echter niet. Nog steeds vinden een hoop huwelijken of relaties hun Waterloo in een voortijdige, zelfgekozen, echtscheiding of relatieverbreking. Ook in muzikale kringen ontkomt men er natuurlijk niet aan. Bekendste voorbeelden zijn waarschijnlijk de dubbele relatiebreuken in Abba en in Fleetwood Mac. Soms, en zie dat dan maar als keerzijde van de medaille, levert het mooie muziek op.
30 Year Low bijvoorbeeld, het vorig jaar uitgebrachte laatste album van The Mendoza Line. De kern van dit moderne countryrock-gezelschap werd de laatste jaren gevormd door Timothy Bracy en Shannon McArdle. Hun huwelijk hield geen stand en een desondanks mooi album is het resultaat.
Dat het toch ook weer goed kan komen, bewijzen Laurie Stirratt en Cary Hudson. Hun band, Blue Mountain, hield het, nadat de relatie tussen hen beiden was verbroken, in de zomer van 2001 voor gezien. Maar vorig jaar begonnen zij weer als Blue Mountain op te treden en onlangs werd bekend dat er zelfs weer een plaat zit aan te komen. Of ook de liefdesband tussen Laurie en Cary is hersteld, is onduidelijk. Misschien wel een leuk idee voor die scheidingsbeurs: Blue Mountain live!
The Mendoza Line: Since I Came






donderdag 7 februari 2008

Steve Barton

Op de nieuwe titelloze cd van JW Roy staat een liedje over de persconferentie waarin de wielrenner Erik Zabel verklaarde doping te hebben gebruikt. In Niet Alleen neemt Roy het op voor de Duitse sprinter, wiens wereld ineen leek te storten op die 24ste mei 2007. Het commentaar van Roy is hartverwarmend: 'Jij, bent hier, niet alleen, niet alleen / Jij, komt hier, wel doorheen, niet alleen / De mooie mens en zijn geheimen / Die iedereen al kent / Hij kan ze delen met zo velen / De dood, de gladiolen, het venijn.'
Dat liedje deed me grijpen naar de cd The Acoustic Motorbike van Luka Bloom en vervolgens naar The Boy Who Rode His Bike Around The World van Steve Barton. Lezers die de rubriek Vluchtstrook Amerika volgen, zullen begrijpen dat liedjes over fietsen op speciale aandacht van mij kunnen rekenen. Die cd van Barton (uit 2000) kocht ik destijds dan ook puur op basis van de titel. Het bleek een alleraardigste plaat met energieke powerpop, waarop Barton klinkt als een Amerikaanse Joe Jackson.
Steve Barton komt uit San Francisco en speelde in de jaren tachtig in Translator, een band die invloeden verwerkte uit de Britse invasie van de jaren zestig, folkrock en de new wave van de jaren tachtig. In de band zaten verder onder anderen Larry Dekker (Map Of Wyoming) en Dave Scheff (Winter Hours).
The Boy Who Rode His Bike Around The World van Barton werd geproduceerd door Marvin Etzioni, Steve Berlin, Ed Stasium en Barton zelf. De lichtelijk rootsy aanpak in de vertaling van het werk van Engelse voorbeelden als Buzzcocks, XTC, maar ook de Beatles, levert fraaie momenten op die neigen naar sixties bubblegum en Posies-achtige rock. In 2004 verscheen van Steve Barton het ook al sterke Charm Offensive en vorig jaar het vrijwel onopgemerkte Flicker Of Time. Het label Wounded Bird bracht eveneens in 2007 de vier platen van Translator opnieuw uit.

dinsdag 5 februari 2008

De Weg

Natuurlijk, de weg. Dat oerding, dat oneindige fenomeen. De weg is de levensader. De weg is de toekomst, het heden en verleden. Dromen komen uit op de weg; dromen verpulveren op de weg. De weg is de mythe. Talloze keren getoond in films, honderden malen bezongen, duizenden malen beschreven in oneindige hoeveelheden romans. Roadmovies, roadsongs en roadnovels hebben dit gemeen: de weg.
Klassiekere roadliteratuur dan Kerouacs ‘On The Road’ krijg je natuurlijk niet. De jachtige, dopey trips van Sal Paradise en Dan Moriarty van en naar San Francisco zijn de literaire basis van de popcultuur zoals we die kennen. Op weg naar ongekende verten. Ook ‘Road’, maar dan in het Nederlands, al komt er geen Hollandse weg aan te pas. Een letterlijke roadnovel, handelend in het toen van de folkrock, de psychedelica en de Westcoast-countryrock. Mijn eigen muziekboek, beslist, maar ook de aanloop naar de kern: ‘De Weg’. Het boek dat bevestigt wat we al wisten, namelijk dat Cormac McCarthy de Nobelprijs voor de literatuur dubbel en dwars verdient. ‘De Weg’ – die slechts bewandeld wordt en niet bereden – is een hartverscheurende en zeer verontrustende roman. Reis mee met de man en de zoon door een post-apocalyptisch Amerika, waar niets meer is wat er was; waar niets meer ís. Alleen maar de weg. Gruwelijk en met mededogen, briljant geschreven, ontsproten aan een ongebreidelde fantasie, is ‘De Weg’ een roman die iedereen met een hart moet lezen.

maandag 4 februari 2008

Cold Mountain

Soms vormen film en muziek een onlosmakelijk koppel. Denk maar aan de soundtracks van ‘Paris, Texas’, ‘Pulp Fiction’, ‘Gadjo Dilo’ of ‘O Brother Where Art Thou’. De laatste is alom gelauwerd, van vergelijkbare snit maar veel minder bekend is de filmmuziek van ‘Cold Mountain’. De rolprent zelf die zich afspeelt ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog met hoofdrollen voor Nicole Kidman en Jude Law kon mij niet erg bekoren, de soundtrack daarentegen is prachtig. Veel oude country, bluegrass en folk, net als op ‘O Brother Where Art Thou’. Nog een overeenkomst: beide cd’s zijn geproduceerd door T-Bone Burnett. De klassieke microfoons die Burnett gebruikte bij de opnames passen perfect bij de muziek. Verrassend op de cd zijn de ingetogen bijdrages van Jack White, o.a. in ‘Wayfaring Stranger’ en Howlin' Wolf’s ‘Sittin On Top Of The World. Bijzonder fraai is het door T-Bone Burnett en Elvis Costello geschreven ‘The Scarlet Tide’ dat wordt gezongen door Alison Krauss, de zangeres die mij op andere momenten te zoetgevooisd in de oren klinkt. En zo valt er nog wel het een ander te genieten. Behoudens de lichtelijk pompeuze bijdrages van de Sacred Harp Singers At Liberty Church en de overdadig sentimentele piano- en vioolmuziek van Gabriel Yared is dit de perfecte soundtrack voor een herfstige dag in de winter. Luister hierboven naar Jack White’s ‘Wayfaring Stranger’ gevolgd door ‘I Wish My Baby Was Born’ door Tim Eriksen, Riley Baugus & Tim O’Brien.

zondag 3 februari 2008

Live in Groningen

Dit weekend was ik in Groningen voor een verhuisklus. Tijdens het leggen van vele vierkante meters IKEA-laminaatvloer had ik alle tijd om eens in kaart te brengen wat deze stad mij tot nu toe op muziekgebied allemaal te bieden heeft gehad. Groningen, de stad van Plopatou, wie kent hem nog? De stad ook van een substantieel deel van de altcountry.nl-redactie. En de stad van Ron Jans, die we op het gebied van altcountry weinig wijs hoeven te maken. Ik heb al heel wat coryfeeën kunnen bewonderen in Groningen, bedacht ik, al plinten in verstek zagend. In de jaren zeventig, begin tachtig Ry Cooder (in de tijd van John Hiatt), niet veel later John Hiatt zelf, eerst solo, spoedig ook met band, waarbij ook Nick Lowe nog even een duit in het zakje kwam doen. Verder gravend in mijn geheugen en mijn knieën teisterend kwam ik nog namen tegen als Bottle Rockets, Slobberbone en weer John Hiatt, maar nu vele jaren later, rond zijn cd The Tiki Bar Is Open. Mijn meest ingrijpende muziekbelevenis in Groningen vond echter plaats op zaterdag 25 juni 2005, in de Oosterpoort: het concert van Elvis Costello. Iemand die al jaren op mijn verlanglijstje stond, en voor wie ik graag dwars door de TT-drukte noordwaarts toog. En terecht: wát een energie, gedrevenheid, vakmanschap, creativiteit en enthousiasme. Zonder meer een van de top-5 van mijn mooiste concerten. Zo’n optreden dat wel eeuwig door had mogen gaan. Wat tot mijn grote vreugde in zekere zin nog gebeurd is ook, want een paar maanden later vond ik – toevallig bij Plato in Groningen – de dvd Elvis Costello, Live in Memphis. Uit september 2005, hetzelfde kostuum, dezelfde oranje bril. Alleen nu met Emmylou Harris, want het kan natuurlijk altijd nog beter. Kijk zelf, en besef wat je gemist hebt, in Groningen, op die warme avond in juni 2005.


zaterdag 2 februari 2008

Muziek uit een blikje

Nooit verwacht dat ik nog eens een Steve Earle-concert zou meemaken waarbij na pakweg een uur tientallen mensen richting uitgang verdwenen. En zeker niet verwacht dat ik tot die mensen zou behoren. Toch gebeurde het afgelopen donderdag in Paradiso.

Een geinspireerde Earle solo op toneel kan een belevenis zijn, zo mocht ik een jaar of tien geleden zelf meemaken. Deze keer ging het mis. Ongeinspireerd, slordig zingend, een gitaar die veel te hard stond. Communiceren met de zaal was te veel moeite. Geen schim meer van de zelfbenoemde hardcore troubadour.

De hulp van een soort DJ Tiesto maakte het er niet beter op. De beatboxer produceerde met behulp van allerlei knopjes vooral eentonig bonkende ritmes die pijn aan je oren deden. Muziek uit een blikje noemen we dat thuis. Kun je een aap ook leren.

Steve Earle in New York doet me denken aan de hoofdpersoon uit de film Midnight Cowboy. Met de koeiestront nog aan de schoenen vergaapt deze zich aan de grote stad. Om zich vervolgens misplaatst als grotestadsmens te gedragen. Voor Earle staat de grote stad kennelijk gelijk aan muziek uit een blikje.

Natuurlijk, iedereen heeft recht op een misstap. Maar een held stond donderdagavond wel even op zijn voetstuk te wankelen. Hopelijk hoeven we openingsnummer 'Steve's Last Ramble' ('I'm hanging up my highway shoes') niet te zien als een statement.

Foto: Bets Lasseur

vrijdag 1 februari 2008

Nashville Portraits

Lovett, Hiatt, Ely, Clark
Muziek maken is één ding, musici fotograferen is een heel ander ding.
Bij toeval kwam ik terecht op de website van Jim McGuire.
McGuire trok als jonge fotograaf begin jaren zeventig, op uitnodiging van muziekmanager Travis Rivers, naar Nashville. Rivers laat hem daar kennis maken met allerlei countrysterren in de dop: John Hiatt, Emmylou Harris, Guy Clark, Townes van Zandt, etc. In een petieterig studiootje begint McGuire daar aan carriere als countryfotograaf. Uiteindelijk zou hij meer dan 400 hoesfoto's maken. Het mooiste is echter een serie portretten die door het leven gaat als de Nashville Portraits. Portretten van countrysterren, allemaal prachtig gefotografeerd voor hetzelfde canvaslaken.
De eerste in die serie is er eentje van John Hartford, legendarische banjospeler en partime stoombootstuurman op de Mississippi.
Kijk eens eens rustig rond bij die portretten (bewonder b.v. het kunstig scheerwerk van genoemde Travis Rivers) en luister ondertussen naar Hartford's Back in the Goodle Days